Begroting onderwijs 2012

Net voor Kerstmis heeft het Vlaams Parlement de Vlaamse begroting voor 2012 behandeld. De begroting Onderwijs beslaat ongeveer 40 % van de totale Vlaamse begroting. De totale Vlaamse begroting voor 2012 vormt evenwel een virtuele begroting, dus helaas ook die van onderwijs. Door de bijstelling van de economische groeicijfers zal er wellicht 500 miljoen Euro minder uitgegeven kunnen worden. Als we dit cijfer proportioneel nu omslaan op de begroting van onderwijs, dan komen we aan een besparing in het onderwijs van ongeveer 200 miljoen euro. Een gigantisch cijfer, ook gelet op het feit dat door het grote aandeel van wedden en lonen in het budget (ongeveer 60 %), een groot deel van deze uitgaven niet samendrukbaar zijn

Tot nu toe heeft de minister van onderwijs, Pascal Smet, het knipmes van de besparingen tamelijk goed van Onderwijs kunnen weghouden. Het aandeel van onderwijs in de totale begroting steeg zelfs lichtjes. Maar zal hij dit ook kunnen volhouden? Men kan zich toch niet inbeelden dat de 500 miljoen euro of meer, die in februari zal moeten gevonden worden exclusief op de andere 60 % van de begroting zal kunnen verhaald worden. Ook aan onderwijs zullen dus ongetwijfeld een paar ´haircuts’ worden gevraagd.
 
Minister Smet had daarom wel kunnen anticiperen op deze wellicht onvermijdelijke besparingen door zelf een financieringspad uit te tekenen. Hierdoor houdt onderwijs zelf zijn financiële planning in handen en hoeven besparingen niet op een ondoordachte wijze doorgevoerd te worden. Indien een dergelijk financieringspad op langere termijn uitgewerkt zou geworden zijn – en men zo had kunnen aantonen dat de uitgavendrift van onderwijs in de komende vijf à tien jaar onder controle wordt gehouden – dan zou de Vlaamse regering onderwijs wellicht toelaten om op basis van zijn eigen agenda de tering naar de nering te zetten.

En zo een financieringspad op langere termijn ontwikkelen, is best mogelijk zonder de kwaliteit van ons onderwijs in gevaar te brengen. Hierbij enkele voorbeelden.

Zo blijkt dat er in ons secundair onderwijs een wildgroei aan studierichtingen bestaat, nl. 343. Er is beloofd om dit te reduceren naar 100. Welnu, daar zit al een gigantische ruimte voor besparingen wanneer blijkt dat de personeelsuitgaven voor het secundair onderwijs ongeveer 3 miljard bedragen. Bovendien is ongeveer 1/3 van de leerkrachten in het secundair onderwijs meer dan 50 jaar oud. Door een herstructurering kan het personeelsbestand in het secundair onderwijs gevoelig gereduceerd worden en dat via natuurlijke afvloeiingen.

Een tweede mogelijkheid van besparing situeert zich bij de kosten van ons buitengewoon onderwijs. Een leerling in het buitengewoon basisonderwijs kost de gemeenschap jaarlijks 14567,62 euro, terwijl een leerling in het gewoon basisonderwijs amper 4644 euro kost. Door meer werk te malen van inclusief onderwijs, waardoor er minder kinderen in het buitengewoon onderwijs zitten en meer in het regulier onderwijs kan u veel besparen. Bovendien zou men hiermee ook beter beantwoorden aan het VN-verdrag van 13 december 2006 inzake de rechten van personen met een handicap. Maar zoals we weten belandde het ontwerpdecreet leerzorg, dat meer inclusief onderwijs voorziet, op de Griekse kalenden wegens verzet van de vakbonden.

Minister Smet had ook sterker gestaan tijdens de onderhandelingen van februari indien hij de moed zou tonen om nieuwe inkomsten te zoeken. Hierbij kan inderdaad gedacht worden aan een verhoging van de studiegelden voor het hoger onderwijs. Stel dat de studiegelden verhoogd worden tot het niveau van de Franse gemeenschap waar ze 800 euro bedragen. We gebruiken dit voorbeeld omdat niet het verwijt te krijgen “verderfelijke Angelsaksische cowboytoestanden” in het leven te willen roepen. Er zijn 193 000 studenten in ons hoger onderwijs waarvan er 45000 genieten van een of andere beurs. Indien we deze studenten buiten de verhoging laten dan zou een verhoging naar het niveau van Franstalig België ons ongeveer 34 miljoen euro opbrengen. Een aardig bedrag want vele kleintjes maken een groot. Maar de minister heeft de moed niet om dit ter sprake te brengen omdat hij vast zit aan de gratis-ideologie van voormalig partijkopstuk Steve Stevaert. Hierdoor maakt hij van ons hoger onderwijs langzaam de Lijn, een dalende lijn weliswaar.

Samengevat, door deze besparingen had de minister ten eerste een bijdrage kunnen leveren aan de algemene besparing die in de Vlaamse begroting hoe dan ook zal moeten worden doorgevoerd. Bovendien had hij meer kunnen voorzien voor de blijvende schrijnende toestand van de investeringen in de gebouwen. Op een begroting van 10 miljard wordt amper 351 miljoen uitgetrokken voor investering in infrastructuur. Dat is weliswaar een 100 miljoen meer dan vorig jaar maar dat bedrag gaat al integraal naar de capaciteitsuitbreiding en draagt daarom niets bij aan een vluggere afwerking van de 2501 dossiers voor een waarde van 2,5 miljard die in Agion liggen te wachten, waarvan er 800 al meer dan 5 jaar oud zijn. De hogere opbrengsten van de studiegelden zou de minister dan weer kunnen herinvesteren in het hoger onderwijs waardoor de ratio van student-docent, die nu alsmaar slechter wordt, zou kunnen verbeteren.

De minister van onderwijs voert allerminst een pro-actief financieel beleid. Deze begroting onderwijs voor 2012 trekt de lijntjes van vorig jaar verder door met hier en daar een kleine marginale verandering. Ik vrees dan ook dat het onderwijs, bij gebrek aan pro-actief beleid, in februari onvermijdelijk het kind van de rekening zal zijn.

Comments are closed.