Reisbureaus: de Vlaamse regulitis op zijn smalst

In de opeenvolgende staatshervormingen werden aan Vlaanderen, met stukjes en brokjes, allerlei bevoegdheden verleend. Sommige bevoegdheden, zoals Onderwijs, Ruimtelijke Ordening en Milieu werden tamelijk ‘zuiver’ naar Vlaanderen doorgeschoven. Voor andere domeinen, zoals het economisch beleid, blijft het een soepje, waarin Vlaanderen en het federale niveau beleidsmatig verstrengeld blijven zitten. Dit leidt dikwijls tot een opbod in de regelgeving. Vlaanderen, dat op economisch vlak maar deels bevoegd is, wil zich hier per se laten gelden en doet dit via een overdreven regulitis. Een voorbeeld hiervan is de regulering van de reisbureaus. De klanten van reisbureaus zijn door een rits van federale wetten beschermd tegen eventuele oneerlijke praktijken van reisagenten en reisbureaus. Vooreerst is er het burgerlijk wetboek waarin het principe staat dat bedrog kan leiden tot vernietiging van het contract en tot schadevergoeding. Voorts is er wet op de handelspraktijken en de reiscontractenwet. Bovendien is er ook een algemene regeling inzake arbitrage met reisbureaus, waarbij de aangesloten reisbureaus zich neerleggen bij de arbitrale uitspraak, terwijl de klant nog altijd tegen deze uitspraak kan beroep aantekenen. Meer dan genoeg zou je zeggen. Het Vlaams Parlement vond in 1997 van niet. Het Vlaams Gewest is bevoegd voor het economisch beleid en het vergunningsbeleid maakt daar deel van uit. In 1997 keurde het Vlaams Parlement kamerbreed (dus ook de Open VLD) een decreet goed, waarbij iedereen die reizen organiseert of aan reisbemiddeling doet,  aan een vergunning werd onderworpen. Om een vergunning te bekomen werden een aantal voorwaarden opgelegd zoals een financiële waarborg, personeel met beroepsbekwaamheidsattesten, bewijzen van goed gedrag en zeden. De vergunningsplicht werd bovendien zeer ruim omschreven : iedereen die reizen aanbiedt of aan reisbemiddeling doet. Wie de regels overtreedt, verliest zijn vergunning. Het decreet werd op maat geschreven van de Vlaamse Vereniging voor Reisbureaus(VVR). In het adviescomité, dat over de eventuele intrekking van de vergunning moet adviseren, behoren vier van de acht leden tot de VVR. Bovendien komt ook de voorzitter van het adviescomité uit de VVR.

De toepassing van dit decreet leidt tot hilarische toestanden. In veel winkels worden bijvoorbeeld cadeaubonnen verkocht die betrekking hebben op een reisje, een weekend in een hotel, een fietstocht, enz ( bvb. Bongo, Travelbox,…). Deze winkels kregen een proces aan hun broek wegens overtreding van het reisbureaudecreet. Om dat te verhelpen heeft het Vlaams parlement gauwgauw een artikeltje gestemd om de Bongo-bonnen buiten de toepassing van het decreet te stellen!  Sociale verenigingen zoals OKRA (ACV- gepensioneerden) en de vzw Curieus (een sociaal-culturele vereniging binnen de socialistische zuil, met reizen naar Zuid-Afrika en Engeland) kregen eveneens een proces aan hun broek omdat ze een affiche ophangen met hun reisaanbod en daarom aan ‘reisbemiddeling’ doen. Ook  ‘affiliate websites’, waarin  bepaalde reisaanbiedingen alleen maar worden aangekondigd, werden veroordeeld voor ‘reisbemiddeling’ zonder vergunning.

De processen worden meestal op gang gebracht door de VVR, die een sterke belanghebbende partij is bij het behoud en de afdwinging van het decreet.

LDD heeft deze toestanden van decretale zelfbediening via bevriende politici en de heksenjacht die daaruit voortvloeit, aangeklaagd in de Commissie van Binnenlandse Zaken en in de plenaire vergadering van het Vlaams Parlement. Ook leden van het CD&V en de SP.a hebben hun twijfels over dit decreet.

Minister Bourgeois, een fervente aanhanger van dit decreet, heeft moeten beloven het decreet aan een evaluatie te onderwerpen. LDD zal daarbij de noodzaak van een vergunningstelsel in twijfel trekken.

Volgens LDD laat je dit beter over aan de zelfregulering door de sector. Reisbureaus en reisagenten, die fatsoenlijk werken en daarvoor ook waarborgen bieden, krijgen dan een label van de beroepsvereniging. De zogenaamde ‘cowboys’ zijn dan herkenbaar aan het feit dat zij geen label verkregen. De sector kan dan zelf, met kennis van zaken oordelen aan welke vereisten een reisbureau of reisagent moet voldoen om de cliënt een behoorlijke service te geven. Dit is de manier van werken in de Scandinavische landen, in Nederland en in Duitsland. Toch geen cowboy-landen! Het verwondert ons dat minister Bourgeois hier bestendig de Zuid-Europese regulitis-methode, die dikwijls gepaard gaat met veel corruptie, blijft verdedigen.

We zijn benieuwd want het komende debat over het Reisbureaudecreet wordt een test-case in de vraag of Vlaanderen verder evolueert in de richting van de huidige regelneverij, die veel bedrijven wegjaagt en de dekmantel is om bijkomende bureaucraten te benoemen.

Comments are closed.