Het Brusselbeleid van de Vlaamse Regering

In De Standaard verscheen op dinsdag 20 maart het bericht dat Vlaanderen in de kinderopvanginstellingen gelegen in het Brusselse Gewest volgend jaar amper 35 plaatsen zal bij creëren. Dat bericht was een aanleiding voor Boudewijn Bouckaert om minister Smet vorige week woensdag in het Vlaams parlement te ondervragen over het Brusselbeleid van de Vlaamse regering. Jammer genoeg mocht (of wou) minister Smet ons hierover niet te woord staan en werden we met nietszeggende antwoorden hierover wandelen gestuurd door minister Vandeurzen.

Jammer, want Vlaanderen moet zich dringend eens bezinnen over zijn houding ten opzichte van Brussel.

De Vlaamse Regering laat zich in  haar Brusselbeleid leiden door de zogenaamde Brusselnorm van 30 %.  Dit komt erop neer dat Vlaanderen genoeg geld in de Vlaamse gemeenschapsvoorzieningen in Brussel (onderwijs, welzijn miv kinderopvang, cultuur) moet pompen om 30 % van de Brusselse bevolking te bedienen. De Brusselse bevolking neemt pijlsnel toe. Dit jaar groeide ze met 2,71%, terwijl de Vlaamse en Waalse provincies een bevolkingsgroei tussen 0,50 % en 1,00 % lieten optekenen. Naar de oorzaak van deze felle Brusselse expansie moeten we niet lang zoeken. De grote niet-Europese bevolkingsgroep heeft een hoge nataliteit en doet de Brusselse bevolkingscijfers de pan uitswingen. Dit jaar waren er reeds meer dan 1,1 miljoen inwoners in het Brusselse gewest. Binnenkort zijn er dat 1,2 miljoen. Volgens de Brusselnorm moeten we dan 360.000 inwoners bedienen! Als je weet dat er ten hoogste 120 000 Vlamingen zijn in Brussel, betekent dit dat de Vlaamse belastingbetaler een niet-Vlaamse bevolking van 240.000 personen moet bedienen. Dat is het inwonerstal van een stad zoals Gent! Kortom de Brusselnorm komt neer op een nieuwe gigantische transferstroom, naast de bestaande naar Wallonië.

Het argument voor deze Brussel-transfer heeft een ‘reconquista’-gehalte. Als we veel geld stoppen in het bedienen van de Brusselse migrantenbevolking zullen deze uiteindelijk voor Vlaanderen kiezen en zal Brussel om langere termijn meer Nederlands worden.

Dit argument mag niet zomaar  opzij geschoven worden. Het is inderdaad juist dat vele migranten, vooral zij die niet uit vroegere Franse koloniën komen, niet per se voor de Franstaligheid gaan, maar vrij opportunistisch kiezen voor het kamp dat hen de beste voorzieningen biedt en ook het meest perspectieven op tewerkstelling. De Brusselnorm kan echter maar een vervlaamsend effect hebben wanneer Vlaanderen uitdrukkelijk in het Brusselse bestuur en de Brusselse instellingen aanwezig blijft en Brussel voornamelijk wordt opgevat als de hoofdstad van een (con)federaal land, mede bestuurd door Vlaanderen en Wallonië. Als men echter verder blijft toegeven aan het Brussels separatisme, zoals terecht door de Gravensteengroep opgeworpen, en Brussel voornamelijk wordt opgevat als een zelfstandig stadsgewest, komt de Brusselnorm neer op een voor Vlaanderen nutteloze subsidiestroom. De Vlamingen stoppen dan miljoenen in een beleid dat Vlaamsvreemd, jazelfs Vlaamsvijandig is. Vele Brusselse Vlamingen voelen zich absoluut niet verbonden met Vlaanderen. Dank zij de gepriviligieerde status van de Vlaamse ‘bobo’s’ in Brussel hebben zij een ‘snob’-cultuur ontwikkeld van waaruit Vlaanderen minachtend wordt bekeken als een ‘in zichzelf gekeerd’, ‘achterlijk’, ‘xenofoob’ ja zelfs ‘racistisch’ gewest. Alleen de centen van deze achterlijke bende zijn welkom. Zo verklaarde Bruno Delille, een typisch exemplaar van dit gelardeerde Vlaams-Brusselse ‘bobodom’, op de opening van het met Vlaamse centen gefinancierde Muntpunt : “De Brusselaar houdt niet van hokjesdenken, wil niet telkens moeten kiezen tussen Nederlandstalig versus Franstalig. Dat is een breuklijn uit het verleden. Onze stad onderscheidt zich vandaag de dag net door haar diversiteit, door haar veelheid aan talen en culturen. Wij zijn het enige, kosmopolitische en multiculturele gewest in Belgie”.  Mijnheer Delille ziet de Vlaamse financiering dus helemaal niet als het verlengstuk van Vlaanderen in Brussel maar als een subsidie aan een multi-cultureel en kosmopolitisch gewest. Als de Brusselaars voor dit laatste kiezen en dit via Franstalige partijen en een paar Vlaamse collaborateurs kunnen doorzetten in het Belgisch institutioneel kader, dan moet Vlaanderen hieruit zijn conclusies trekken en zich volledig terugtrekken uit het Brusselse gewest. Ook de functie van Brussel als hoofdstad van Vlaanderen moet dan in de balans gelegd worden. Vlaanderen kan bijvoorbeeld gerust zijn hoofdstedelijke functie in de Vlaamse rand rond Brussel leggen en van daaruit een sociale en economische dynamiek creëren die een groeipool kan worden die Brussel op langere termijn zal overtreffen.

Kortom, de problematiek van de Vlaamse kinderopvang in Brussel staat niet op zichzelf. Maar maakt deel uit van het gehele Brusselbeleid van Vlaanderen. De Vlaamse Regering wil hierover blijkbaar geen debat maar voert een mossel-noch-vispolitiek. LDD zal geen gelegenheid laten liggen om dit telkens opnieuw aan te kaarten. De vroegere slogan van de Vlaamse beweging ‘Vlaanderen laat Brussel niet los’ mag niet verworden tot ‘Brussel laat de Vlaamse portemonnee niet los’.

 

Boudewijn Bouckaert

Comments are closed.